Het gehuil bleek afkomstig voor een hond aan een ketting. Ze werd stil toen ik dichterbij kwam. Ze gebruikte haar kettinglengte (van twee meter) om zo ver mogelijk van mij af te blijven, liefst achter haar "schuilplaats": een ijskast op z'n kant. Er was geen water, en zo te zien ook al langdurig geen eten: Het arme beest was vel over been en over de helft van haar lijf kaal. Het was een hartverscheurend tafereel.
Na de worst was ze niet bang meer voor me. Ze was alleen doodsbang dat ik weer weg zou gaan. Na wat aaien, wikken en wegen heb ik haar ketting losgemaakt en mijn broeksband gebruikt als lijn om haar mee te nemen naar de auto om mijn eigen voorraden eens voor haar te plunderen. Kaas, worst en brood had ik in overvloed, en water natuurlijk. De lijn bleek niet nodig: Het beest liep achter mij aan als - als een hondje, ik kan het niet anders zeggen. Ze accepteerde dankbaar het eten, het water en nog een aai. Ze liep braaf achter me aan, terug naar haar ketting. Ze hief zelfs fier het hoofd om zich weer te laten vastleggen. Haar gehuil ging door merg en been toen ze weer verlaten werd - al was het dan deze keer met een bak water naast zich.
Wat te doen? Gewoon weglopen? Ik had mezelf nooit meer kunnen aankijken. De alarmcentrale van de politie wilde mijn verhaal niet begrijpen - zelfs niet toen ik een franssprekende Zwitser het telefoontje liet maken. Ik heb de hond dus maar (zonder enige moeite) in de auto geladen om een politiebureau te gaan zoeken.
Het dichtstbijzijnde dorp was een kwartier rijden. Desgevraagd bleek het politiebureau nog een dorp verder, nog een uur rijden. De politie kon niets voor me doen: Corsica kent geen dierenbescherming en geen asiel. Ze wilden het dier niet van me overnemen en hadden geen enkel advies.
Gelukkig had de supermarkt tenminste hondenvoer.
Ondertussen was Kira zo'n aanhankelijke, rustige en fatsoenlijke hond gebleken dat ik haar zonder aarzelen mee heb genomen naar een pizzeria, waar ze beleefd andere mensen en honden groette maar zich verder terugtrok onder mijn tafel.
Hoe kon ik haar nog achterlaten?
Ik heb het toch gedaan. Ik heb haar weer vastgebonden aan haar ketting - maar deze keer met voldoende water een eten. Ik heb haar drie dagen nu en dan bezocht om te zien of ze werd verzorgd of weggehaald. Dat werd ze niet. Na die drie dagen heb ik haar definief losgemaakt en de keus gegeven tussen de vrijheid of een nieuwe baas, hopend dat ze de vrijheid zou verkiezen.
Ze koos mijn gezelschap. We hebben nog drie dagen bergen beklommen, beken doorwaad en samen gekampeerd in de auto. Ik heb haar "Kira" gedoopt, en binnen twee dagen luisterde ze naar die naam. Waar ik ging, daar ging Kira. Ik had haar alleen nog kunnen achterlaten door haar met geweld uit de auto te weren en hard weg te rijden - maar dat kon ik allang niet meer.
Kira is als verstekeling meegevaren naar het vasteland en als ongewenste vreemdeling Nederland binnen gesmokkeld. Inmiddels heeft ze een Nederlands paspoort (dat gaat verbluffend gemakkelijk met een hond) en natuurlijk alle inentingen en achterstallig onderhoud die het arme beest nodig had. Haar schurft is genezen en haar gewicht is zowat verdubbeld.
Was ik vroeger een zonderling, een einzelganger of een filosoof zonder bergtop - sinds Kira bij mij woont ben ik verandert in een eenvoudige man-met-hond. Al mijn buren slaakten een zucht van verlichting: Eindelijk pas ik in een gewoon vakje. Ik wordt zelfs opeens gegroet op straat!
Kira is hier in juni 2010 binnengekomen. Op dit moment is ze hier dus ongeveer 5 maanden. Kira is een dondersteen en een ongehoorzaam jacht-beest in hart en nieren - maar ik zou haar niet meer willen missen. Als ik haar naast me op de bank zie liggen, of haar wanhopig zie zoeken naar een verstopplaats voor een bot, dan weet ik: Dát ontbrak in mijn huis.












